Welkom, u kunt hier Inloggen of Registreer

Edam-Volendam Opinie

U bent hier: HomeForum home → Onderwerpen → Maatschappij → Thread

   

DOSSIER SKOV I II III   IV   V

Totaal aantal reacties: 364

Geregistreerd 2014-01-17

PM

DOSSIER SKOV
Deel I

door: Marcel Tuyp


Goed bestuur is gebaat bij bestuurders die het afleggen van verantwoording zien als een middel om verantwoordelijkheid te nemen.’ (Uit: Een Lastig Gesprek van Advies Commissie Behoorlijk Bestuur Tweede rapport commissie Halsema september 2013)

Enkele tijdens het eerste jaar van uitvoerend SKOV-bestuurder Margareth Runderkamp
spelende kwesties

Is cultuurverandering (richting een lerende school) voor het huidige bestuur een prioriteit?

Door recente gebeurtenissen ben ik gedwongen om zo kort na het toch al fors uitgevallen Uitdagingen voor de SKOV na 50 jaar vrijwillig one tier bestuur (2REWIND december 2017 p.32-41), toch weer aandacht aan de SKOV te besteden.

Ook dit stuk is onderzoeksjournalistiek van aard. Dit keer gaat het echter wél over de huidige SKOV-agenda. De nadruk ligt op de feiten die ik duidelijk zal (proberen te) scheiden van het commentaar.

De directe aanleiding voor dit artikel was het voornemen van Bovenschools directeur Tjalsma om de basisscholen met ingang van schooljaar 2019/2020 zelf te laten kiezen of zij gebruik willen blijven maken van een gespecialiseerde bovenschoolse muziekdocenten (zie hierna). Toen ik daaromtrent wat nadere informatie inwon, werd ik al snel geconfronteerd met de kwestie ‘beoogde afschaffing van de functie hoofd stafbureau’. Naar aanleiding van dat laatste vraag ik mezelf inmiddels af of cultuurverandering     ̶  o.a. minder hiërarchisch geleid, evenwichtigere verdeling van de macht binnen de organisatie, meer richting een formele hiërarchie ̶  eigenlijk wel hoog op de agenda van dit bestuur staat.

De vraag die ik in voornoemd artikel in de ondertitel stelde - kunnen de nieuwe bestuurders de organisatie kantelen naar een lerende organisatie?  ̶  is inmiddels wellicht niet meer de meest urgente. Misschien moet de vraag zijn of de (nieuwe) bestuurders überhaupt wel een lerende organisatie willen worden. Hierna zal blijken dat de waarschijnlijk door het toezichthoudend bestuur goedgekeurde, onrechtmatige handelwijze in de kwestie rond de hoofd stafbureau haaks staat op een dergelijk voornemen. Omdat het hier over een werknemer ging, wilde Runderkamp geen commentaar geven. Als kindgericht onderwijs (zie hierna) betekent dat er binnen de organisatie uiteindelijk minder topdown moet worden leidinggegeven geeft zij met deze handelswijze echter wel een verkeerd signaal af.

Ook met Tjalsma lijkt volgens meerdere door mij geïnterviewde personen (zie hierna) iemand te zijn binnengehaald met een ouderwets hiërarchische managementstijl. De vraag blijft of minder topdown leidinggeven, anders dan in de vacature voor uitvoerend bestuurder werd gevraagd, uiteindelijk wel zo’n belangrijk aandachtspunt is binnen de SKOV.

Tenslotte plaats ik dit keer wat kanttekeningen bij de kwaliteit van de bestuursnotulen, het in mijn ogen slecht gefundeerde conservatieve financiële beleid en het feit dat er binnenkort alweer meerdere aftredende bestuurders moeten worden vervangen. Dit laatste biedt uiteraard ook kansen (zie verder het slot van dit artikel volgende week).

Start relatie ondergetekende met de SKOV
Eind 2009 kwam ik er, in verband met een te schrijven artikel over Volendams popinfrastructuur, achter dat muziek nog nooit een eindexamenvak was geweest op het Volendamse Don Bosco College. Ergens begin 2012 kwam ik met rector Gerard Dekkers overeen dat er aan het begin van een volgend schooljaar, om de belangstelling voor dit eindexamenvak te peilen, een enquête onder de leerlingen zou worden gehouden. De opmerkelijke wijze waarop verschillende soorten Don Bosco College-functionarissen zich na het plotselinge vertrek van Dekkers per 1 augustus 2013 schriftelijk en mondeling tot mij verhielden, vormde de beweegreden voor mijn onderzoek naar de bestuurscultuur van de SKOV (het eerder genoemde 2REWIND-artikel).

Dat ik sinds 2015 als ouder inmiddels nog geïnteresseerder ben, neemt niet weg dat ik als een onderzoeksjournalist, ‘de waakhond van de democratie’, volgens een objectieve methode te werk ben gegaan. De afgelopen twee maanden heb ik in voornoemde twee kwesties (niveau muziekonderwijs basisscholen en afschaffing hoofd stafbureau) met zeven respondenten gesproken. Met sommigen meerdere keren. Om tegenover mij verdedigbare redenen wilden zij anoniem blijven.
Als laatste heb ik met uitvoerend bestuurder Runderkamp gesproken. Tjalsma was ook uitgenodigd maar niet aanwezig. Dat vond Runderkamp niet nodig. Tijdens ons gesprek gaf zij op al mijn vragen als antwoord dat er nog niets definitief was en dat ze er daarom niets over kon zeggen. Runderkamp en Tjalsma hebben vóór publicatie op dit artikel kunnen reageren. Tjalsma kon geen reactie geven op de inhoud omdat zij zich er niet in herkende. Runderkamp had geen opmerkingen. Aan de journalistieke eis van weerwoord is dus voldaan.

9 oktober 2018: avond met ouders
Ik wilde dit artikel per se vóór 9 oktober a.s. publiceren. Op deze datum zijn namelijk alle ouders van basisschoolleerlingen door de SKOV uitgenodigd om over de toekomst van het SKOV-onderwijs te praten. Hoe vrijblijvend de inbreng van de ouders voor de SKOV zal zijn, blijft, zeker voorlopig, de vraag. Een opmerking van gepensioneerd DBC-wiskundeleraar Jan Keizer in de NIVO van 25 juli jl. (p.14) is in deze zin weinig hoopgevend: ‘Ik heb ook weleens het gevoel dat al dat vergaderen ook een zoethoudertje is. Zo van: we hebben erover vergaderd en jullie hebben inspraak gehad. Terwijl de plannen daarvóór al gemaakt zijn. Dat krijg je op een gegeven moment door’. Een heikel punt blijft natuurlijk in hoeverre ouders (naast de leraren) die inspraak opeisen en vervolgens ook kunnen hanteren.
Er zijn veel dingen onduidelijk. Zijn zowel Runderkamp als Tjalsma op 9 oktober a.s. ook aanwezig? Wordt de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (hierna: GMR) op enigerlei wijze ook bij de organisatie van de avond betrokken? Wordt er door deze en andere SKOV-vertegenwoordigers ook verteld hoe zij de toekomst van het onderwijs zien? Is er wat betreft informatieverschaffing dus sprake van tweerichtingsverkeer? Wordt de agenda van de avond gezamenlijk met de ouders vastgesteld? Koppelt de SKOV terug wat ze met de inbreng van de ouders heeft gedaan?

In haar notulen d.d. 19 maart 2018 geeft het bestuur aan dat het SKOV-onderwijs in de toekomst meer kindgericht moet zijn. Welke ouder kan daar bezwaar tegen hebben? Probleem is echter dat dit niet zoveel zegt en dus te vrijblijvend is. Er bestaan wel degelijk redelijk objectieve maatstaven waarmee kan worden onderzocht waar de SKOV zich nu bevindt op het gebied van kindgericht onderwijs en waarmee vervolgens een route kan worden uitgestippeld naar meer kindgericht onderwijs (zie bijvoorbeeld http://www.wij-leren.nl/kindgericht-onderwijs-binnen-een-lerende-school). Hebben ouders inspraak in het ambitieniveau en het tempo waarmee de SKOV deze ontwikkeling richting meer kindgericht onderwijs ingaat? Worden hier extra financiële middelen voor vrijgemaakt? Het zijn vragen die 9 oktober a.s. wat mij betreft ook aan de orde mogen komen.

Door Runderkamp gewenste afschaffing functie hoofd staf
Het hoofd stafbureau is ondersteunend richting het Primair Onderwijs (PO), het Voortgezet Onderwijs (VO), het management en het bestuur. Het hoofd stafbureau zit in principe bij alle bestuursvergaderingen en levert desgewenst ook ongevraagd commentaar richting bestuur. Hoofd financiële en materiële zaken (de nieuwe door Runderkamp gewenste functie) betekent hoofd stafbureau minus personele zaken, minus personeels- en salarisadministratie, minus administratieve ondersteuning Don Bosco College en minus ICT. Runderkamp heeft de informatiestromen vanuit het primair onderwijs en voortgezet onderwijs door middel van een glazen wand ook fysiek van elkaar en van de huidige hoofd stafbureau, die op afstand in een aparte kamer is gezet, gescheiden.
Zo kan ze desgewenst los van elkaar de administratie Primair Onderwijs, de administratie Voortgezet Onderwijs en het beoogd hoofd financiële en materiële zaken aansturen. Daarmee verwerft zij een informatievoorsprong op de gehele organisatie. Omdat het om een medewerker gaat wilde Runderkamp de achtergrond van de afschaffing van de functie hoofd stafbureau niet toelichten. Maar gaat het niet eerder om een vervallen functie? Of gaat het toch om de medewerker en loopt dat via de route van een ‘mini-reorganisatie’? En waarom werd dat belang van de medewerker bij de aanvankelijke communicatie niet even zorgvuldig gewogen?

Een gebrek aan formele communicatie stimuleert de informele communicatie. Een respondent vroeg zich in verband hiermee af of Runderkamp het Don Bosco College uiteindelijk wil afstoten omdat ze volgens insiders niet gelooft in voortgezet onderwijs en basisonderwijs binnen dezelfde organisatie. Mogen Volendammers het weten als dat Runderkamps uiteindelijke doel is? Wil Runderkamp bijvoorbeeld verklaren dat het niet haar uiteindelijke doel is om het Don Bosco College af te stoten, om vervolgens het SKOV-basisonderwijs te fuseren met het basisonderwijs in de regio? Het zijn vragen die Runderkamp prematuur vindt en daarom niet kan beantwoorden.

Bepaalde (beleids)voornemens en de managementstijl waarin men die tracht in te voeren wijzen niet in de richting dat Runderkamp, zoals in de vacature als haar opdracht stond, de hiërarchische leiderschapscultuur van de SKOV gaat ombuigen. De wijze waarop Runderkamp de door haar gewenste afschaffing van de functie hoofd staf(bureau) aanvankelijk presenteerde, wordt door meerdere respondenten als onbegrijpelijk gekwalificeerd. Runderkamps toon en managementstijl is in dit geval traditioneel hiërarchisch. Haar handelswijze is in strijd met art. 12 lid 1, sub i van de Wet Medezeggenschap Onderwijs (WMO), omdat het verplichte overleg vooraf met het personeelsdeel van de Medezeggenschapsraad van het Don Bosco College en het personeelsdeel van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van de basisscholen ontbrak. Op dat punt heeft de SKOV toch al geen best trackrecord (zie 2REWIND december 2017, p.36).

Runderkamp brak daarbij ook de belofte die zij bij haar aantreden vorig jaar aan de stafafdeling gedaan had, namelijk dat zij betreffende afdeling ongewijzigd zou laten. Tenslotte vond het ook nog eens plaats zonder overleg met de werknemer. Die moest onvoorbereid in het door Runderkamp vorig jaar geïntroduceerde managementbulletin ’t Skoffie (alleen voor directeuren en bestuurders) van 29 juni 2018 lezen: ‘De functie hoofd staf komt te vervallen en wordt vervangen door de functie hoofd financiële en materiële zaken. Voor deze functie wordt fuwasys (functiewaarderingssysteem, MT) aangevraagd’.
Het opheffen van de functie hoofd stafbureau en het vervolgens door Runderkamp gedeeltelijk zelf uitoefenen van deze taak (of het zelf inkopen van managementinformatie bij derden) in een organisatie waar toch al weinig tegenmacht bestaat (zie 2REWIND december 2017, p.39, eerste kolom) zorgt er dus voor dat zij door een informatievoorsprong nog meer macht krijgt. Mijn voorlopige conclusie is dat haar aanvankelijke handelswijze 1) in strijd is met haar opdracht om de hiërarchische leiderschapscultuur van de SKOV om te buigen, (2) in strijd is met de Wet Medezeggenschap Onderwijs, (3) om onduidelijke redenen zonder duidelijke motivatie blijft, en (4) Runderkamps macht binnen de organisatie onherroepelijk doet toenemen.
Uit hoofde van een meer afgewogen verdeling van de macht in de organisatie (checks & balances) betekent dit een stap achteruit. In de kwestie afschaffing hoofd stafbureau handelt het bestuur zoals zij dat in het verleden ook vaak deed: autocratisch en zonder veel toelichting. Volgende week deel II (slot) van dit artikel.

Marcel Tuyp in de NIVO

DOSSIER SKOV
Deel II
door: Marcel Tuyp


Enkele tijdens het eerste jaar van uitvoerend SKOV-bestuurder Margareth Runderkamp spelende kwesties […]

Heeft het koepelmodel de voorkeur van de SKOV?
Hoewel dit tweede deel oorspronkelijk het laatste deel zou zijn, volgt vanwege de openbaarmaking (12 september jl.) van het Koersplan Primair Onderwijs 2020 (hierna: Koersplan) volgende week nog een derde deel. In het eerste deel had ik het over het feit dat Runderkamp niet wilde uitleggen waarom zij de functie Hoofd Stafbureau wil afschaffen.

In een artikel in de NIVO d.d. 29 augustus jl. wordt Runderkamp omschreven als directeur van scholenkoepel SKOV. Van wie komt de term ‘scholenkoepel’? Wil zij het organisatiemodel van haar vorige werkgever (Stichting Confessioneel Primair Onderwijs Waterland (CPOW) te Purmerend) bij de SKOV introduceren? Ook het in de volgende paragraaf besproken voornemen van Tjalsma om schooldirecteuren zelf te laten beslissen of zij gebruik willen maken van een gespecialiseerde muziekdocent lijkt in het verlengde van de visie te liggen dat alle scholen zo zelfstandig mogelijk dienen te zijn. Dat scholen een grotere zelfstandigheid krijgen lijkt een goede zaak.

Maar CPOW bestuurt basisscholen van verschillende christelijke denominaties en verdeeld over zes onderling (ook qua grootte) sterk verschillende gemeenten. Houden Runderkamp (en Tjalsma) er wel voldoende rekening mee dat de SKOV-basisscholen onderling hoogstwaarschijnlijk homogener zijn, waardoor schaalvoordelen eerder bereikbaar zijn en het dus sneller voordelig is om sommige zaken (bijv. zowel ICT-onderwijs, muziekonderwijs als gymnastiek) centraal in te kopen om zo een hoger, gespecialiseerder onderwijsniveau te bereiken?

En moeten directeuren van basisscholen zich niet vooral bezighouden met de kwaliteit van het onderwijs (bijv. een snellere implementatie van het kindgerichte onderwijs) in plaats van gepuzzel met begrotingen?

Runderkamp herhaalde in dit verband slechts dat er nog niets zeker is. Einde subsidie impuls muziekonderwijs: einde doorlopende leerlijn onderbouw basisschool?
Terug naar de aanleiding voor dit artikel: het voornemen van bovenschools manager Tjalsma om schooldirecteuren vanaf schooljaar 2019/2020 zelf te laten beslissen of zij een gespecialiseerde muziekdocent willen inhuren.

We gaan even terug. Hans van Rooijen, uitvoerend bestuurder tot 1 november 2017, reageerde op de open brief waarmee ik mijn correspondentie met de SKOV inzake het ontbreken van muziek als eindexamenvak op het Don Bosco College in de NIVO van 23 december 2015 (zie ev-opinie.nl) besloot, dat de SKOV daarentegen wel breed inzette op muziekonderwijs in het basisonderwijs en dat dit ook verder uitgebreid zou worden. In zijn onder mijn artikel geplaatste reactie doet Van Rooijen het voorkomen alsof het bestuur noodgedwongen voor de keuze óf muziekonderwijs binnen het Primaire Onderwijs óf muziekonderwijs binnen het Voortgezet Onderwijs staat. Dat dit zelf opgelegd is en bovendien lastig te verdedigen valt, komt hierna nog aan de orde.

Terug naar het heden. Mij viel die op één na laatste zin (onderstreept) in de afsluitende passage van het NIVO-artikel ‘Muzieklessen op school afgesloten met vier voorstellingen van de ‘De Vuilnisboot” in PX’ (zie NIVO 27 juni 2018, p. 13) op:
‘De kindermusical “De Vuilnisboot” is mede mogelijk gemaakt door de muziekimpulsregeling. Hierdoor zijn juf Marjan Molenaar en juf Linda Bond aangesteld om de muzieklessen op de basisscholen te verzorgen, zodat de doorgaande leerlijn muziek gerealiseerd is op alle basisscholen in Volendam. Deze regeling was voor een periode van drie jaar waarvan er nu twee zijn verstreken. Natuurlijk hopen de twee muziekdocenten en de scholen dat de muzieklessen in het basisonderwijs behouden blijven. Net als vorig jaar konden door deze regeling ook weer de prachtige eindvoorstellingen gegeven worden in de PX.’

Wat hier staat is feitelijk onjuist. Muziekonderwijs door een daarin gespecialiseerde docent bestond al voor dat gebruik werd gemaakt van de subsidieregeling impuls muziekonderwijs. Marjan Molenaar gaf al les in groep vijf t/m zeven. Vanaf schooljaar 2015/2016 is Linda Bond er met behulp van voornoemde subsidie impuls muziekonderwijs voor de onderbouwgroepen (groep nul t/m vier) bij gekomen. Ook sinds schooljaar 2015/2016 krijgt groep acht met behulp van de subsidie van de gemeente Edam-Volendam les van docenten van Muziekschool Waterland.

Daarmee bestaat er in het basisonderwijs nu een doorgaande leerlijn. Het wegvallen van de subsidie impuls muziekonderwijs betekent dat het continuering van de doorgaande muziekleerlijn in het basisonderwijs vanaf schooljaar 2019/2020 de komende drie jaar € 70.000 per jaar extra zal kosten voor de SKOV. De SKOV heeft namelijk nog niet voldaan aan de aan de subsidieregeling impuls muziekonderwijs verbonden voorwaarde om hetzelfde bedrag te investeren dat zij uit hoofde van deze regeling heeft ontvangen, te weten circa € 210.000). De kosten van de eerste muziekdocente waren namelijk al voor de toekenning van betreffende subsidie structureel opgenomen in de begroting van het bestuur.

Maar nu blijkt de SKOV vanaf schooljaar 2019/2020 toch de functies van beiden gespecialiseerde bovenschoolse muziekdocenten ter discussie te willen stellen. Bovenschools manager Tjalsma lijkt te willen dat directeuren vanaf schooljaar 2019/2020 zelf bepalen of zij een gespecialiseerde muziekdocent willen inhuren. Maar omdat de SKOV nog niet aan de voorwaarde heeft voldaan is dat de eerste drie jaar feitelijk dus niet eens aan de orde. En levert dit voornemen geen strijd op met eerste kolom zevende punt van dit Koersplan?

Door dit plan van Tjalsma neemt immers het risico toe dat het niveau van het muziekonderwijs op de basisschool juist omlaag gaat. En waarom wel bovenschoolse ICT-docenten en volgens Tjalsma’s planning ook bovenschoolse gymnastiekdocenten, maar geen bovenschoolse muziekdocenten die toch al binnen de organisatie aanwezig zijn? Alleen al vanuit cultureel verbindend oogpunt zou de SKOV het muziekonderwijs toch zo belangrijk kunnen vinden dat zij de directeuren deze keuze en zorg uit handen neemt? Begrijpt Tjalsma al in voldoende mate welke rol muziek speelt binnen de Volendamse gemeenschap? Bij de laatste inspectieronde langs alle basisscholen is juist gememoreerd dat dit muziekonderwijs nou net voor een stukje “excellent onderwijs” kan zorgen.

Waarom zou de SKOV het risico nemen dat directeuren zich om oneigenlijke (lees: budgettaire) redenen gedwongen voelen om op deze gespecialiseerde muziekdocenten te besparen? Is dat eerlijk jegens de kinderen op zo’n school? Zoals een directeur van een basisschool het verwoordde: ‘als ik moet kiezen tussen een remedial teacher of een gespecialiseerde muziekdocent hoef ik niet zo lang na te denken. Dan kies ik voor een remedial teacher.’ Zou de SKOV deze keuze niet juist moeten willen voorkomen in plaats van die op te leggen?

Bovendien zijn op het gebied van gymnastiek alle SKOV-docenten in het basisonderwijs sowieso al bevoegd ̶ en zelfs opgeleid door Tjalsma toen laatstgenoemde voorafgaande aan haar dienstverband bij de SKOV de opleiding gymbeoefening bij de PABO verzorgde. Wil Tjalsma als voormalig docente gymbeoefening daar uit persoonlijke voorkeur op bovenschools niveau graag iets mee doen? Werkt Tjalsma’s voorstel om de directeuren van de basisscholen zelf te laten kiezen of zij gebruik willen maken van een bovenschoolse, gespecialiseerde muziekdocent als een verkapte bezuinigingsmaatregel?

Komt deze door Tjalsma opgelegde keuze uiteindelijk weer voort uit een onnodig conservatief begrotingsbeleid? Voor hoeveel jaar moeten directeuren deze keuze maken? Hoe verhoudt deze keuzemogelijkheid zich tot de eigen begroting die de scholen straks krijgen? Is het bovendien niet verdedigbaar dat de aangesloten scholen recht hebben op hun gedeelte van de SKOV-reserve? Daarbij betekent het inhuren van extra bovenschoolse gymnastiekdocenten ook per direct een toename van de salariskosten.

Fier op onverantwoord conservatief begrotingsbeleid?
‘Het bestuur van de stichting heeft in het beleid verwoord, dat een deel van het vermogen moet worden ingezet voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs in ruime zin. Daarbij is tevens bepaald dat de inzet van deze middelen niet structureel mag zijn’ (jaarstukken 2017, p.37). Waarom mag de inzet van deze middelen niet structureel zijn? Is deze opvatting van de SKOV verwant aan het zuinige begrotingsbeleid dat zo kenmerkend is voor alle aan het CDA verwante instellingen in Volendam?
Uit het rapport Financieel beleid bij Onderwijsinstellingen, 29 september 2009, par. 3.4.6 Conclusies inzake vermogensbeheer: ‘Bij instellingen die al zeer solvabel zijn is er ruimte om via exploitatietekorten de solvabiliteit te verlagen, en zouden er dus meer middelen besteed kunnen worden aan het onderwijs’.

Een percentage van die 27,5 miljoen (31-12-2017) (zie cijfervoorbeeld hierna) zou toch uiterst gefaseerd maar juist wel structureel kunnen worden ingezet om binnen onze gemeente de komende vijftig jaar het allerbeste muziek-, gymnastiek, sportonderwijs of welk onderwijs dan ook van Nederland te ontwikkelen? En waarom niet samen met de gemeente (denk ook aan de alternatieve culturele en sportieve activiteiten binnen Programma LEF) en het verenigingsleven naar een topsportklimaat?
En waarom moet dat ten koste gaan van een topcultuurklimaat? Beide kunnen worden beschouwd als een ultralange termijn investering (vijftig jaar) met een hoog maatschappelijk rendement en een waarschijnlijk flinke maatschappelijke restwaarde.

Een hypothethische vraag: zouden Volendammer kinderen die na 2070 (dus na de investeringstermijn van vijftig jaar, de achterkleinkinderen van de schoolgaande kinderen van nu) bij de SKOV onderwijs gaan volgen dit voornemen in 2020 blokkeren wanneer zij daartoe de mogelijkheid zouden hebben?
Of zouden deze kinderen ervan uitgaan dat zij uiteindelijk ook gaan profiteren van deze langetermijninvestering in onze muziek- & sportcultuur? Via hun (over)grootouders en ouders en het gehele dorp komt het immers uiteindelijk ook bij henzelf terecht.

Het financieel beleid van de SKOV (zie ook het citaat hierna) neigt naar mijn mening naar een kruideniersmentaliteit die grotendeels lijkt voort te komen uit angst, onwetendheid en een gebrek aan creativiteit. Gecorrigeerd voor inflatie levert dat vermogen op een bankrekening bijna helemaal niets op.
Investeren in onderwijs levert naast persoonlijk rendement per leerling ook maatschappelijk rendement op. Wat wanneer achteraf wordt gesteld dat dit het beste moment was om fors te investeren in ons onderwijs? Ik neem aan dat de huidige bestuurders in voorkomend geval de verantwoordelijkheid op zich zullen nemen. Hopelijk worden de werkelijke bestuursnotulen goed bewaard, al was het maar vanwege het historische belang.

Volgende week het derde en laatste deel van dit artikel.
Marcel Tuyp in de NIVO

 


DOSSIER SKOV
Deel III
door: Marcel Tuyp

Enkele tijdens het eerste jaar van uitvoerend SKOV-bestuurder Margareth Runderkamp spelende kwesties […]
Een alternatief voor het financieel beleid van de SKOV
In deel II ging het al even over het conservatieve financieel beleid van de SKOV. Omdat dit vermogen in zekere zin alle Volendammers toekomt, waardoor de huidige ouders daar niet alleen over mogen beslissen, lijkt dit hierna mij een redelijk alternatief.

Voorbeeld (afgezien van inflatie)
Stel, je vraagt een jaarlijkse ouderbijdrage om de intering op het kapitaal met 50% te verminderen. Ouders leggen dus hetzelfde bedrag in als de SKOV aan haar reserves onttrekt.
2.000 kinderen x € 75 jaarlijkse ouderbijdrage is € 150.000 p/j plus de bijdrage uit de SKOV-reserve: € 150.000 p/j maakt € 300.000 p/j. Ten opzichte van de huidige situatie kunnen daarmee vier bovenschoolse leraren extra worden gefinancierd. Bijvoorbeeld 2,0 extra fte gym, 1,0 extra fte muziek en 1,0 extra fte cultuureducatie. Zo wordt ook de druk op de andere basisschoolleraren wat verlaagd. En elke week particulier muziekonderwijs en het lidmaatschap op een sportclub is voor ouders veel duurder dan € 75. Desnoods zou de ouderbijdrage ook gedeeltelijk uit Programma LEF kunnen worden gefinancierd. Voor de SKOV betekent dit over de gehele periode van vijftig jaar (!) een onttrekking aan de reserve of een voorziening van € 7,5 miljoen. Er blijft dus € 20 miljoen over om risico’s op te vangen.

Don Bosco College verliest marktaandeel
‘Daarnaast is sprake van een verlies aan marktaandeel. Het lukt de school (het DBC, MT) in onvoldoende mate om haar voedingsgebied te vergroten. Eind 2017 is een commissie gevormd die adviezen zal uitbrengen over de wijze waarop de school zich sterker kan profileren in de regio door het onderwijskundig aanbod en de organisatie verder aan te passen’ (jaarrekening 2017, p. 25). Het Don Bosco College zou er in samenwerking met plaatselijke maatschappelijke partners (zoals bijvoorbeeld de Sportkoepel, het Kennis- en Talentcentrum Edam-Volendam en de talrijke op verrassend hoog niveau presterende sportverenigingen, muzikanten, componisten en producers) toch naar kunnen streven om binnen vijf jaar het beste sport-, muziek- en cultuuronderwijs van de regio aan te bieden? Of is het Don Bosco College, terwijl hier juist grote kansen liggen, wat huiverig om zich al te sterk te associëren met Volendam?

Ook bij het Don Bosco College zou in ruil voor een ouderbijdrage een deel van het vermogen van de SKOV kunnen worden aangewend. Zoals gezegd ligt de synergie met het door wethouder Vincent Tuijp op 18 mei jl. voorgestelde en door de gemeenteraad aangenomen Programma LEF theoretisch voor het oprapen. Gaat de SKOV zelf ook een beroep doen op de door wethouder in Programma LEF voor alternatieve activiteiten gereserveerde bedragen? Of durft zij dat vanwege haar riante vermogenspositie niet? Een andere vraag is of de SKOV in verband met de in Programma LEF geschetste problematiek een morele verplichting richting de Volendammer gemeenschap voelt. En zoja, is zij bereid om daar budgettaire consequenties aan te verbinden?

Informatiegehalte bestuursnotulen SKOV
De kwaliteit en informatiewaarde van de op de SKOV-site gepubliceerde bestuursnotulen is zwaar onvoldoende: met behulp van vakjargon wordt met meel in de mond om de hete brei heen gedraaid. Er zit ook weinig lijn in. Sommige onderwerpen lijken in latere bestuursnotulen nooit meer terug te komen. Twee voorbeelden:
‘Binnen het MT zijn uitgangspunten geformuleerd voor de toekomst. Deze zijn doorgegeven aan de commissie Futura. Op 1 april moet het advies klaar zijn. Er wordt ook gewerkt aan een mediabeleidsplan en er wordt gewerkt aan minder clustering.’ (notulen bestuursvergadering 19 maart 2018).

Of
‘Over het financieel beleid heeft een meeting plaatsgevonden met alle geledingen, waarbij de nieuwe uitvoerend bestuurder een presentatie heeft gegeven. Zij is nu bezig met een stappenplan. Het is de bedoeling dat het financiële beleid wordt opgehangen aan het onderwijs’ (notulen bestuursvergadering 18 december 2017).
Uitgangspunten voor de toekomst? Minder clustering? En waar is het financiële beleid tot op heden dan aan opgehangen geweest? Wat is hiervan de informatiewaarde? In het verleden waren de bestuursnotulen duidelijk en veel uitgebreider. De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad heeft hier al vaker op gewezen. Het verbeteren van de kwaliteit van de bestuursnotulen is een simpele, vrij goedkope manier om de SKOV minder gesloten te maken. Runderkamp kan op eenvoudige wijze goede wil kweken door op dit punt daadkracht te tonen. Of is dit voorstel sowieso kansloos bij haar toezichthoudende collega’s? ‘Goed bestuur is gebaat bij bestuurders die het afleggen van verantwoording zien als een middel om verantwoordelijkheid te nemen’ (Tweede rapport commissie Halsema inzake behoorlijk bestuur in de semipublieke sector).
Volgens rooster (zie http://www.skov.nl) aftredende toezichthoudende bestuurders
De opvolgers van de drie eerstvolgende aftredende toezichthoudende bestuurders ̶ Petra Kras, Eric Bond (beiden per 20 juni 2019) en Cor Tol (per 8 juni 2020) ̶ dienen te worden vervangen door respectievelijk de Medezeggenschapsraad van het Don Bosco College, de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van het basisonderwijs en het kerkbestuur. Worden de vertegenwoordigers door bewuste gremia democratisch gekozen? Gaan Volendammer ouders hier kritische, krachtige en vooruitstrevende kandidaten eisen? Of laten zij deze kans aan zich voorbijgaan?

Zal het kerkbestuur een kandidaat afvaardigen die positief staat tegenover een mogelijk ingrijpende vernieuwing van het onderwijs en ook financieel niet te conservatief is? En de MR van het Don Bosco College iemand die daadwerkelijk oog heeft voor alle belangen en niet alleen die van de leraren?
Per 20 juni 2019 een overtuigende voorzitter kiezen lijkt niet eenvoudig. In 2REWIND (december 2017, p.37, tweede kolom) heb ik gemotiveerd aangegeven waarom Schermer als lid al ongeloofwaardig is. Schoorl is te onervaren en teveel gelinkt aan Tol, Engbers kent de SKOV-cultuur nog niet goed genoeg, de enige kandidaat die overblijft is vice-voorzitter Schokker die, zonder toelichting, al een termijn te lang in het bestuur zit, en in de kwestie met het hoofd stafbureau een zwakke, ondeskundige indruk maakte.
Hij vertelde deze functionaris dat hij niet met hem mocht praten omdat dit in strijd zou zijn met het management statuut. In hoofdstuk IV van dit statuut (Man.statuut DBC) staat echter: ‘Het bestuur draagt er zorg voor dat werknemers van de Stichting en de door haar in stand gehouden scholen zonder gevaar voor hun rechtspositie de mogelijkheid hebben te rapporteren over vermeende onregelmatigheden van algemene, operationele en financiële aard binnen de Stichting aan de voorzitter van het bestuur of een door deze aangewezen functionaris.’
Amateuristisch bestuur (zie ook Uitdagingen voor de SKOV na 50 jaar vrijwillig one tier bestuur, 2REWIND 2017, p. 41) betekent niet automatisch slecht onderwijs. Het maakt een organisatie wel moeilijker bestuurbaar. En dat verhoogt het risico dat de bij haar aangesloten scholen achterop raken. Uit de jaarrekening 2017, p. 13: ‘Tegelijkertijd is het besef gekomen dat het onderwijs in de basis goed is maar nog wel traditioneel is gebleven. Ook vanuit de kwaliteitsonderzoeken van de Inspectie is bevestigd dat er t.a.v. het primaire proces nog veel te ontwikkelen valt.’ Haar bestuurders lijken te beseffen dat de SKOV het zich niet kan veroorloven verder achterop te raken.

9 oktober a.s.: Koersplan Primair Onderwijs 2020
Ik heb niet met Runderkamp over dit Koersplan gesproken omdat het pas 12 september jl. op de site van de SKOV werd geplaatst. Tjalsma vertelde mij via email dat het Koersplan Primair Onderwijs in samenwerking met alle direct betrokkenen tot stand is gekomen. Niet met de ouders die geen lid zijn van een van de medezeggenschapsraden zoals ondergetekende. Ook daarom beschouw ik het Koersplan als een nog weinig concreet aanbod aan deze ouders. Het zijn vooral open deuren en voornemens die vanwege hun vrijblijvendheid de SKOV tot niets feitelijks verplichten. Daar moet nog een slag worden gemaakt. Kan op 9 oktober a.s. daartoe een eerste stap worden gezet?

Zoals in deel II van dit artikel reeds gememoreerd lijkt het voornemen van Tjalsma inzake het muziekonderwijs op de basisscholen bijvoorbeeld op gespannen voet te staan met het zevende punt uit de eerste kolom van dit Koersplan. Met muziek bereik je leerlingen die niet van sport houden, en het lijkt de meest voor de hand liggende manier om Volendamse kinderen met kunst & cultuur kennis te laten maken. Tuyp en Zwarthoed bepleitten dit al eerder in Onderwijs in de 21e eeuw: Het belang van kunstonderwijs binnen een datagedreven onderwijssysteem (zie 2REWIND 2016, p. 17 eerste kolom). En waarom wordt de term kindgericht onderwijs (zie bestuursnotulen 19 maart 2018) in dit Koersplan nergens gebruikt?

Op 9 oktober a.s. lijkt er veel te bespreken. Ik zal er zijn en ik hoop niet dat we met zijn tienen zijn. Maar natuurlijk zullen de meeste ouders die lid zijn van een Medezeggenschapsraad binnen de SKOV op deze avond aanwezig zijn. Immers, Koersplan, vijfde kolom, tweede kenmerk: ‘Ouders zijn actief betrokken bij de nieuwe koers en expliciet bij de ontwikkeling van hun kind.’ Als we 9 oktober a.s. wel met zijn tienen blijken te zijn, zal het Runderkamp direct duidelijk zijn hoeveel energie en mogelijk financiële middelen het zal gaan kosten om dit voornemen te realiseren. En toch zal dat dan mede haar opdracht zijn.

Dit was het derde en laatste onderdeel van dit artikel.
Marcel Tuyp in de NIVO


DOSSIER SKOV
Deel IV
door: Marcel Tuyp

‘Goed bestuur is gebaat bij bestuurders die het afleggen van verantwoording zien als een middel om verantwoordelijkheid te nemen.’
(Uit: Een Lastig Gesprek van Advies Commissie Behoorlijk Bestuur (Tweede rapport commissie Halsema), september 2013)

Inzake de tweede bijeenkomst Koersplan Primair Onderwijs d.d. 14 mei 2019

Dit Deel IV gaat over de communicatie van de SKOV met de ouders en het door haar (niet kunnen of willen) delen van informatie in het kader van het Koersplan Primair Onderwijs. Omdat het door Tjalsma toegezegde schriftelijke verslag van de eerste bijeenkomst d.d. 9 oktober jl. uiteindelijk door de schoolleiding niet aan de ouders is verstrekt, kijk ik in dit Deel IV Dossier SKOV alvast vooruit op de agenda van de tweede bijeenkomst d.d. 14 mei a.s. Voor de eerste bijeenkomst d.d. 9 oktober 2018 stelde ik in Deel I Dossier SKOV (NIVO d.d. 19 september 2018, zie ook groot.waterland.nl) de volgende vijf vragen:

‘‘(…) Hoe vrijblijvend de inbreng van de ouders voor de SKOV zal zijn, blijft, zeker voorlopig, de vraag. Een opmerking van gepensioneerd DBC-wiskundeleraar Jan Keizer in de NIVO van 25 juli 2018 (p.14) is in deze zin weinig hoopgevend: ‘Ik heb ook weleens het gevoel dat al dat vergaderen ook een zoethoudertje is. Zo van: we hebben erover vergaderd en jullie hebben inspraak gehad. Terwijl de plannen daarvóór al gemaakt zijn. Dat krijg je op een gegeven moment door.’ (…) Wordt er door deze en andere SKOV-vertegenwoordigers ook verteld hoe zij de toekomst van het onderwijs zien? Is er wat betreft informatieverschaffing dus sprake van tweerichtingsverkeer? Wordt de agenda van de avond gezamenlijk met de ouders vastgesteld? Koppelt de SKOV terug wat ze met de informatie van de ouders heeft gedaan?’’

Wilma Tjalsma
Deze vragen zijn 9 oktober jl. niet behandeld en daarom leg ik ze 14 mei a.s. opnieuw aan Tjalsma voor. Hoe zit het in dit kader precies met die door laatstgenoemde toegezegde maar niet geleverde notulen van 9 oktober 2018? Aan het einde van voornoemde bijeenkomst heeft Tjalsma op dringend verzoek van mij en een andere ouder immers een verslag van deze bijeenkomst toegezegd. Tjalsma stelde zich in eerste instantie namelijk op het standpunt dat de aanwezige ouders hun vragen via de gebruikelijke kanalen (MR van de basisschool en/of de GMR) konden stellen. Daar gingen ik en die andere ouder niet mee akkoord.

Na de discussie rond dit gewenste verslag werd even daarna gesproken over een tweede bijeenkomst, die oorspronkelijk niet gepland was. Tjalsma leek ook verrast door de massale belangsteling daarvoor. Werd Tjalsma met betrekking tot het verstrekken van dit verslag teruggefloten door Runderkamp en/of het toezichthoudende bestuur?

Niet uitgesloten binnen de hiërarchische bestuurscultuur van de SKOV. Op 20 november jl. is door de SKOV aan alle ouders onder de kop ‘Ouderavond Koersplan Primair Onderwijs geslaagd’ een soort sfeerimpressie verstuurd. Op 21 maart 2019 heb ik Tjalsma telefonisch uitgelegd waarom ik dit laatste niet als het overeengekomen verslag beschouw. Ook gaf ik aan de uitkomsten van de tijdens de bijeenkomst van 9 oktober 2018 door de SKOV gehouden enquête (waarbij ouders met behulp van hun smart-phone konden antwoorden) nog eens rustig na te willen lezen.

Margreth Runderkamp
Daarnaast wilde ik graag weten of de SKOV al (voorlopige) conclusies had getrokken uit de eerste bijeenkomst en de daar verzamelde informatie. Omdat Tjalsma hierover na wilde denken en/of intern wilde overleggen, spraken we af dat ik na drie weken weer contact op zou nemen. Na mijn telefoontje d.d. 16 april jl. beloofde Tjalsma per email d.d. 17 april jl. binnen één week een gedetailleerder verslag. Na mijn verzoek op 27 en 30 april jl. te hebben herhaald, liet Tjalsma vervolgens niets meer van zich horen, een hardnekkige SKOV-gewoonte waar Runderkamp zich al eerder aan bezondigde. De manier waarop ik feitelijk aan het lijntje ben gehouden, roept veel irritatie op.

De tijdens de eerste, inderdaad geslaagde, bijeenkomst opgebouwde goodwill is bij mij allang weer verdampt. Had het beloofde verslag voor beide partijen niet als vertrekpunt moeten dienen voor de bijeenkomst van 14 mei a.s.? Omdat de SKOV-leiding geen informatie wil delen of teruggeven, hebben de ouders aan het begin van die bijeenkomst nu een informatie-achterstand. Eigenlijk wilde ik niet veel meer dan een werkelijk open, horizontale dialoog tussen ouders, leraren en schoolleiding. Dit vormt voor het conservatieve SKOV-bestuur echter een brug te ver. Het huidige SKOV-bestuur (eigenlijk al vanaf 2012) is in veel opzichten niet meer van deze tijd, en Runderkamp, die vooral meer van hetzelfde lijkt, maakt de aanvankelijke verwachtingen van ‘een frisse nieuwe wind’ niet waar. Sterker nog, zij voegt zich naadloos in de al bestaande bestuurscultuur.

De SKOV heeft veel moeite met het afleggen van verantwoording en het verstrekken van informatie aan belanghebbenden. http://www.groot.waterland.nl d.d. 27 april jl.: ‘SKOV Margareth Runderkamp: We gaan door met anders inrichten organisatie’. In Deel I gaf ik al aan dat Runderkamp niet wil vertellen waarom zij de organisatie anders wil inrichten. De SKOV blijft een gesloten bolwerk.

Beschamend is daarnaast vooral dat haar aanpak vanuit ethisch oogpunt discutabel is. Het doel heiligt blijkbaar de middelen. In toekomstige delen kom ik hierop terug.
Marcel Tuyp in de NIVO