Welkom, u kunt hier Inloggen of Registreer

Edam-Volendam Opinie

U bent hier: HomeForum home → Onderwerpen → Maatschappij → Thread

   

De brief van Don Bosco-directeur Braakman zit vol valse tonen

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

De analyse van de brief van Braakman (en van Rooijen) onthult veel!

Het antwoord van Braakman begint op de klassieke manier. Je dankt de critici voor hun betrokkenheid en toont je waardering ervoor en ondertussen benadruk je je gelijk. Een argeloze lezer trapt er in. Maar hij overdrijft het wel wat met zalvende teksten. In zijn hart kan hij niet blij geweest zijn met de stevige schrobbering die het personeel van DBC hem en bestuurder van Rooijen heeft gegeven. Hij gaat daar dan ook verderop zuinigjes mee om als hij schrijft: “De formulering had wellicht wat anders gekund, maar…..” Dat is natuurlijk geen echt antwoord op een aantijging als:

“Onze collega is door deze handelwijze zeer ernstig beschadigd voor zijn verdere leven en
carrière. Wij hadden graag gezien dat hij hiervoor behoed was geweest.
Ondergetekenden ervaren op basis van de hen bekende feiten de handelwijze van de
directie en het bestuur, waarbij de betrokken persoon openlijk aan de schandpaal is
genageld, als zeer afkeurenswaardig en buiten alle proporties. Het is ethisch onverantwoord
om zo naar buiten te treden met een interne kwestie aangaande een personeelslid.”

Ik lees dat ook vanuit de dimensie die hier buiten beeld blijft. DBC staat niet bekend om zijn veilige werkklimaat. Personeelsleden zullen zich hebben gerealiseerd dat wat hun collega is overkomen, hen ook kan overkomen ziende dat directeur en bestuurder niet bepaald zorgvuldig met de situatie om gaan. De brief bevat een aantal een paar merkwaardige passages als hem analyseert naar opbouw (functionaliteit), gebruikte retoriek, kwaliteit van de argumentatie en de coherentie

Het ontslagmotief

In de brief heb ik gezocht naar het ontslagmotief en kwam in verband daarmee twee zinnen tegen die niet op elkaar aansluiten.
Het zijn deze:

“Hij heeft de grenzen van het toelaatbare ruim overschreden, zonder aanleiding en zonder verklaring”

“Voor het herstel van vertrouwen dat hiervoor nodig is, moeten echter eerst meer antwoorden gegeven worden. Die hebben we niet gekregen”

Ik weet niet wat er gevraagd is en ik weet ook niet waarom betrokkene heeft gezwegen. Vastgesteld kan worden dat er vragen zijn gesteld waarop geen antwoorden zijn gekomen. De logische gevolgtrekking dient dan te zijn dat het besluit tot ontslag op staande voet genomen is zonder alle feiten te kennen die voor het besluit relevant zijn.
Zijn, uit het onbeantwoord blijven van de vragen, conclusies getrokken die wellicht onterecht zijn? Is men boos geworden vanwege het zwijgen van de ‘verdachte’? Het integreert me omdat er daardoor voor alle betrokkenen vragen over blijven over de gerechtvaardigdheid van het ontslagbesluit. Als de verklaring van betrokkene ontbreekt, ontbreken er wellicht relevante feiten. Het is dan ook niet te verantwoorden dat er in zo’n situatie een besluit wordt genomen
Die situatie is toch al merkwaardig. Volgens mijn informatie beschikt DBC over een protocol met procedures die aangeven hoe er gehandeld moet worden indien een soort situatie als deze zich voordoet. Bij het negeren van protocollen is er sprake van eigenmachtig optreden.

Betrokkene zwijgt

Er kunnen drie mogelijkheden zijn voor het zwijgen. Betrokkene wilde zichzelf niet belasten. Hij was in shock of hij had geen vertrouwen in de situatie en vermeed het risico dat zijn verhaal niet geloofd zou worden of verkeerd zou worden uitgelegd. Ik acht de laatste mogelijkheid het meest waarschijnlijk. Niet alleen werd het protocol niet in werking gezet, daarnaast was sprake van een onoverzichtelijke situatie waarin min of meer overspannen werd gereageerd en er allerlei geruchten rondzongen.

Als betrokkene de situatie niet veilig vond, dient er een gesprek te ontstaan waarin hij kan aangeven wanneer hij de setting voor het gesprek wel veilig zou vinden. Of een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden kan zonder nadere informatie niet worden vastgesteld. Wel blijft de vraag over waarom Braakman in zijn antwoord tot twee keer toe er naar heeft verwezen dat de betrokkene geen verklaring heeft gegeven en in het tweede geval aangeeft dat voor het herstel van vertrouwen er antwoorden nodig waren geweest. Hij schrijft voorafgaande aan deze zin: “Veel fouten kun je uiteindelijk goed maken, maar soms zijn er omstandigheden dat dit niet mogelijk is.”  In samenhang met de eerder geciteerde zin die hierop volgde: “Voor het herstel van vertrouwen dat hiervoor nodig is, moeten echter eerst meer antwoorden gegeven worden. Die hebben we niet gekregen”, kan geen andere conclusie worden getrokken dat de afwezigheid van bereidheid om vragen te beantwoorden de doorslag heeft gegeven om tot ontslag op staande voet over te gaan. Logisch lezend zijn dat de omstandigheden waar naar wordt verwezen.

Belangenafweging

Het voorgaande komt neer op: als je niet meewerkt, hebben we helaas geen andere keuze dan je met onmiddellijke ingang te ontslaan. Er wordt door Braakman geschermd met de bescherming van leerlingen die kwetsbaar zijn. Ik lees dat als een suggestieve tekst. In de voorlaatste alinea schrijft Braakman daarover: “Maar de leerlingen die ons worden toevertrouwd zijn eveneens kwetsbaar en we mogen hun vertrouwen of dat van hun ouders nooit beschamen. In de afweging tussen de belangen van een leerling, van een collega en van onze school hebben we dit besluit moeten nemen.”  Dat is verwarrend omdat hij wat verderop schrijft dat het besluit het gevolg was van een vertrouwensbreuk die werd veroorzaakt omdat betrokkene niet meewerkte door te weigeren vragen te beantwoorden.

Er heeft dus een belangenafweging plaatsgevonden zonder dat de verklaring van de betrokkene kon worden meegenomen.

Het niet volgen van het beschikbare protocol en de warrige motivering van de ontslaggrond wijzen op onzorgvuldig handelen. De volgende feiten zijn beschikbaar: het desgevraagd informeren van een leerling over de uitslag van zijn tentamen was een overtreding die gemeld werd door de leraar die verbaasd was dat de leerling het cijfer voor zijn tentamen al kende zonder dat de leraar het hem had medegedeeld; de in een opwelling gedane belofte om de tekst van een nieuw tentamen aan de leerling te geven was volstrekt ontoelaatbaar, maar is door betrokkene zelf gestuit nadat hij vrijwel meteen inzag dat hij zo’n belofte niet kon doen. Een niet uitgevoerd voornemen kan niet als een ernstige overtreding worden gezien. Geen rechter zou iemand voor zoiets veroordelen. Verdere feiten zijn er niet. Wat er gebeurde is ook menselijk. De meesten van ons hebben met hun pink wel eens de regels wat opgetild om iemand ter wille te zijn. Meestal gaat dat goed en komt het niet uit.

Betrokkene heeft zijn handelwijze wel betreurd, zo blijkt uit de brief, maar heeft nagelaten daar een verklaring voor te geven. Dat is hoog opgenomen. Is dat terecht? Dat hangt er van af. Persoonlijk vind ik het niet meewerken zwak. Je neemt het risico dat het verkeerd wordt uitgelegd. Echter als betrokkene redenen had om te zwijgen, bijvoorbeeld omdat hij geen vertrouwen in de situatie had (er werd geen protocol gevolgd) of omdat er impertinente vragen werden gesteld, kan dat niet als onredelijk worden gezien. Eigenlijk had het dan ook moeten leiden tot een uitstel van het ontslagbesluit zodat de rechten van betrokkene gewaarborgd zouden zijn gebleven.

Dat de belangen van betrokkene meegewogen zouden zijn, lijkt mij meer een bewering dan een feit. Nergens in de brief vind je een overweging die daar op wijst. Ik heb sterk de indruk dat directeur en bestuurder boos zijn geweest op de betrokkene, niet alleen om zijn handelwijze of zwijgen, maar vooral vanwege het feit dat de school ongewild in opspraak is geraakt. Dat dwong, althans volgens de opsteller van de brief, tot communicatie met ouders en collega’s. Zo konden ze laten zien dat bij het minste of geringste DBC krachtdadig kon optreden. Dat de gekozen manier van communiceren zich uiteindelijk tegen de opstellers zou keren, werd niet voorzien.

De communicatie

Wat wilden ze bereiken. Ze schrijven daarover: “Omdat wij het gebeuren niet intern wilden houden en we de geruchten nog enigszins wilden kanaliseren hebben we – na ruim overleg met deskundigen – aan alle ouders bekend gemaakt dat iemand van school grenzen heeft overschreden, met een verwijzing naar het gebeuren.”

Laten we eerst maar eens kijken naar ‘na ruim overleg met deskundigen’. Hier wordt gezegd –we hebben niet zo maar wat gedaan, we hebben eerst deskundigen geraadpleegd die ons geadviseerd hebben hoe we deze zaak moesten aanpakken. Neemt u van mij maar aan dat het woord ‘deskundigen’ (meervoud!) op geen enkele manier kan kloppen. Een communicatiedeskundige of beroepsvoorlichter zou voor een heel andere aanpak hebben gekozen en de directeur en bestuurder voor overijld handelen hebben beschermd. Die zou de geruchten hebben geneutraliseerd, er op gewezen hebben dat de school een onderzoek is begonnen en iedereen later over de uitkomst zou informeren.

Over de inhoud van de verspreide informatie wordt geschreven: “De formulering had wellicht anders gekund, maar gezien de ernst van de situatie moest er bovendien gebruik gemaakt worden van juridische termen. Juridisch en menselijk gaan vaak niet samen. Het is zeker niet de bedoeling geweest om X en zijn familie verder in de problemen te brengen.”. Dat is een heel merkwaardig betoog als je het goed leest en jezelf vragen stelt. ‘Er moest gebruik worden gemaakt van juridische termen’. Dat moest natuurlijk helemaal niet en het is bovendien gewoon dom. Juridische termen zijn vakjargon dat het best door juristen wordt begrepen. Dat soort termen vermijd je in externe communicatie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het gebruik van juridische termen speculatie heeft opgeroepen die verder ging dan bedoeld was. Het gebruik van termen wijst mijns inziens ook op de behoefte om het ontslag op staande voet alvast te rechtvaardigen. Vermoedelijk is een jurist geraadpleegd die een volstrekte amateur was op het terrein van communicatie en in dat amateurisme is de leiding meegegaan.

Dan de zin dat men de betrokkene en zijn familie niet verder in de problemen had willen brengen. Ik vind de zin ongeloofwaardig. Erkenning van dat het wel gebeurd is en spijtbetuiging daarover ontbreken. Wanneer er in de brief naar verwezen wordt, volgt er altijd een: maar ……en dan komt de kwetsbaarheid van leerlingen als motief.
Er wordt geen verantwoording genomen, er is alleen maar sprake van zelfrechtvaardiging en die is niet erg overtuigend en zelfs discutabel. Ik twijfel er niet aan dat ze het betreuren, maar ze lijken het te zien als een onvermijdelijk gevolg. De belangen van de school wegen zwaarder. Je vindt dat ook terug in de zin: ‘Juridisch en menselijk gaan vaak niet samen’. Dat is natuurlijk volstrekte onzin. Al eerder heb ik er op gewezen dat juridische termen geen onderdeel mogen zijn van externe communicatie in deze situatie. Ze passen wel in de rechtbank of in een ontslagbrief omdat zo’n brief een juridisch document is.

Wie wel eens een strafzaak heeft gevolgd zal hebben gezien dat juridisch en menselijk juist altijd samenkomen. Meestal is het de advocaat die de menselijke aspecten naar voren brengt en is het de rechter die het meeweegt. Aanklagers (van het Openbaar Ministerie) laten dat vaker na omdat het hen gaat om de strafwaardigheid van daden. De tekst uit de brief van Braakman wijst er dan ook op dat de nadruk ligt op de rol van aanklager. Een ‘advocaat’ is in het proces afwezig geweest en een rechterlijke afweging ontbreekt. De aanklager heeft zich tevens de rol van rechter aangemeten. In de protocollen die het DBC heeft voor dit soort situaties zouden de verschillende rollen wel tot uiting zijn gekomen. Het is dus het zoveelste bewijs dat er onzorgvuldig is gehandeld ten nadele van de betrokkene. In de brief van Braakman is geen enkel teken te zien dat deze gebreken worden ingezien. Het is een zelfrechtvaardiging met een valse toon, vreemde redeneringen en onbewezen discutabele stellingen en dat allemaal ten nadele van de betrokkene.

Tenslotte

Zowel in de communicatie naar buiten als in de beantwoording van de protestbrief van de collega’s van betrokkene doen Braakman en van Rooijen de zaak meer kwaad dan goed. De ondoordachtheid en onzorgvuldigheid komen overduidelijk tot uiting. De brief als reactie op het protest van de collega’s van betrokkene is eigenlijk een belediging voor het intellect van het personeel van Don Bosco. De leraren Nederlands daar met hun gereedschap voor tekstanalyse zouden de brief nog wel verregaander kunnen analyseren dan ik dat kan. De onbeholpen, overhaaste en niet zorgvuldig te noemen aanpak van Braakman en van Rooijen, blijkt zich nu tegen hen te keren. Dat zal ongetwijfeld gepaard gaan met het verlies van vertrouwen in hun leidinggevende kwaliteiten.

Een jurist die deze situatie analyseert, zou er alleen maar rechtsverkrachting in zien.

 

     

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

Een jurist (die van zichzelf zegt dat hij gevoel voor communicatie heeft) meldt me dat ‘grensoverschrijdend gedrag’ geen juridische term is. Het is een ‘containerbegrip’. Een peuter (niet met je eten knoeien) of een puber (op tijd thuis zijn, hè) vertonen grensoverschrijdend gedrag als ze dat negeren, maar ook het wetboek van strafrecht staat van kaft tot kaft vol met grensoverschrijdend gedrag.
Van de term is geen definitie te geven omdat het per situatie anders kan zijn. In dit geval kan het dus gaan om regels van de onderwijsinstelling of gedragingen die vallen onder het wetboek van strafrecht. Wie zo’n term in de communicatie gebruikt roept dan ook vragen op (wie, wat, waar, waarom, hoe) en geeft aanleiding tot speculatie. Als het onduidelijk is gaan mensen dat invullen, al dan niet kwaadaardig.
Hij wijst er dan ook op dat met name leidinggevenden van een grote organisatie zich er voldoende van bewust zouden moeten zijn wat het effect van bepaalde termen kan zijn. Daar is niet over nagedacht en de ontslagene heeft daar schade door geleden. Op mijn vraag of dat ook met ‘grensoverschrijdend gedrag’ kan worden aangeduid, wil hij nog even nadenken. Die term is onbruikbaar, dus moet ik met een meer specifieke aanduiding komen, vindt hij.

     

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

De jurist begint knorrig. Normaal leest hij in de lunchepauze de ochtendkranten. Maar het is een interessante zaak die in de sfeer van het arbeidsrecht ligt en draait om de vraag of er een dringende reden was om tot ontslag op staande voet over te gaan.

Met voorbehoud voor de vraag of alle feiten bekend zijn, lijkt het hem een risicovolle onderneming. De daden van mijnheer ‘helpgraag’ moeten niet alleen formeel beoordeeld worden. Als de sfeer op school gemoedelijk is en er flexibel met regels wordt omgegaan, is dat van betekenis. De angstige, boze leiding hoeft niet strak te reageren op het doorgeven van een tentamencijfer. Daar leidt niemand schade van, hooguit het ego van de betrokken leraar. Je zou er zelfs een gewoonte van kunnen maken dat cijfers in voorkomende gevallen bij de administratie kunnen worden opgevraagd. Met de belofte om tentamentekst heimelijk beschikbaar te stellen, ligt het anders. Voor de school ligt hier de taak om haar stelling te bewijzen dat ze de door ingrijpen erger heeft voorkomen. De vertrouwensbreuk, zoals door jou omschreven, zie ik niet als een dringende reden. Ook hier dient de sfeer in de school meegewogen te worden en geanticipeerd te worden op de reactie uit de omgeving. Die lijkt volkomen verkeerd te zijn ingeschat.

Tot ontslag op staande voet zou je gezien de gevolgen alleen over moeten gaan als je zeker van je zaak bent en de dringende reden in een rechtsgeschil overeind kunt houden. Dat ligt hier lastig. Met name vanwege de eis dat er zorgvuldig wordt gehandeld. Er is wel een en ander af te dingen op de gang van zaken zoals beschreven in de brief van Braakman. De externe communicatie is ronduit onzorgvuldig te noemen en dat wordt ook -inderdaad zuinigjes-  toegegeven.

Er zijn voldoende gronden om een en ander aan te vechten. Zelf zou ik voor een andere weg hebben gekozen. Schorsing, onderzoek, weging en dan afspraken maken over aanblijven of ontslag. Voor iedereen beter en zekerder.

     

Totaal aantal reacties: 320

Geregistreerd 2014-01-17

PM

BU 2018 05 18