Welkom, u kunt hier Inloggen of Registreer

Edam-Volendam Opinie

U bent hier: HomeForum home → Onderwerpen → Maatschappij → Thread

   

De SKOV en haar spierballen in een ontslagzaak

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

In Volendam is ophef ontstaan door het ontslag op staande voet van een medewerker van het Don Bosco College.
De ophef is mede veroorzaakt door de SKOV. Niet alleen door verwarrende berichtgeving waarin een eerdere aankondiging van het ontslag weer werd teruggenomen om vervolgens weer bevestigd te worden. De SKOV heeft ruime bekendheid aan het gebeuren verspreid in een brief aan de ouders van de ca. 1600 leerlingen van de school. Daarnaast heeft uitvoerend bestuurder Hans van Rooyen de maatregel verdedigd in publicaties van de Nivo en het NHD. Ook in de sociale media gonst het over dit onderwerp waarbij niet wordt vermeden om namen te noemen en foto’s van betrokkene te tonen.

Impact

Het gaat om een goede, leuke en hulpvaardige medewerker, zegt Hans van Rooijen in de Nivo. Dus iemand met een goede reputatie.

Het vergt dan weinig fantasie om je voor te kunnen stellen wat het ontslag op staande voet doet met de ontslagen medewerker (en diens omgeving) die, door het publicitaire offensief van de SKOV, aan de schandpaal is genageld.

Voor een ontslag op staande voet moet er een doorslaggevende reden aanwezig zijn. Daarbij gaat het niet alleen om de juridische kant, maar ook om de afweging van de gevolgen voor de betrokkene. Er moet bij de belangenafweging onomstotelijk vaststaan dat het belang bij ontslag royaal opweegt tegen de gevolgen voor de betrokkene.
Bij een ontslag op staande voet is er geen sprake van vervangend inkomen in de vorm van een werkeloosheidsuitkering. Bijstand is dan de aangewezen oplossing en voor iemand die een huis bezit is dat al helemaal geen pretje. De toegebrachte reputatieschade is niet alleen een sociale vernedering, maar ook een hinderpaal bij het zoeken naar vervangend werk.
Merkwaardig genoeg heeft de SKOV betrokkene een outplacementfaciliteit aangeboden, maar het signaal dat de SKOV aan andere werkgevers heeft gegeven, is dat het om een onbetrouwbare medewerker zou gaan.

Verontwaardiging

Het is vooral binnen de kringen van de SKOV en met name ook onder het personeel van Don Bosco dat er grote verontwaardiging bestaat over deze gang van zaken. Daar weet men precies wat er aan de hand is geweest en ging men er van uit dat een berisping op zijn plaats zou zijn geweest. Het ontslag op staande voet heeft dan ook een schok veroorzaakt. Namens het personeel is er een brief aan het bestuur verzonden en daar is door het bestuur op geantwoord. Ik heb van beide kennis genomen. Het verweer van het bestuur dat men niet anders kon, klinkt weinig geloofwaardig. Het is vooral emotionele zelfrechtvaardiging. De geëigende procedure voor dit soort situaties is niet gevolgd. Er is een overhaast besluit genomen waarbij de rechten van betrokkene zijn geschonden.
Uit de wandelgangen verneem ik dat ook Don Bosco-directeur Braakman in gesprek met docenten aanvankelijk heeft laten weten dat een berisping op zijn plaats zou zijn geweest. Later sloot hij zich aan bij het door Hans van Rooijen genomen besluit om direct tot ontslag op staande voet over te gaan.

Grensoverschrijdend gedrag

In de communicatie naar buiten spreekt de SKOV over grensoverschrijdend gedrag. Afgaande op de informatie die ik van verschillende kanten over de gebeurtenis heb gekregen, is daar geen sprake van. In de Nivo van 27 januari 2016 laat bestuurder Hans van Rooyen weten dat de leiding er net op tijd bij was en heeft weten te voorkomen dat de tekst van een nog af te nemen tentamen aan een leerling zou worden gegeven. De beschikbare informatie wijst er op dat deze mededeling berust op een groteske overdrijving. Je kunt geen ‘drenkeling’ redden die nog niet in het water is gevallen. Waar is dat betrokkene dacht op die manier een er slecht voor staande leerling te kunnen helpen. Maar zelf trok hij al heel snel de conclusie dat hij die belofte eigenlijk nooit had mogen doen. Hij heeft die belofte dan ook op grond van een zelfstandige beslissing niet tot uitvoering gebracht. De betrokken leerling, achteraf ook tot bezinning gekomen, had echter wel al ruchtbaarheid gegeven aan die belofte.

In juridische termen is er dus geen sprake geweest van grensoverschrijdend gedrag, wel van zelfcorrigerend gedrag. Als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag komt daarvoor de overdreven en disproportionele reactie van het SKOV-bestuur daarvoor in aanmerking. Hier is geen sprake van weloverwogen en doordacht handelen en is het vermeende eigen belang niet afgewogen tegen de belangen van betrokkene.
Kennelijk is men bij de SKOV geschrokken van de geschoktheid en verontwaardiging binnen de eigen SKOV-gelederen. Het gesprek wordt niet aangegaan. Er is sprake van een vlucht naar voren door in de publiciteit het eigen gelijk te verdedigen met een niet geheel juiste voorstelling van zaken. Dat dit andermaal ten koste gaat van betrokkene, maakt hem tot slachtoffer van spierballengedrag dat volgde na een onvoldoende overwogen en onvoldoene doordachte beslissing met veel te ver strekkende gevolgen.

Wat er moet gebeuren

De zaak moet worden teruggedraaid. Het ontslag zal dienen te worden omgezet in een voorlopige schorsing. Dat maakt mogelijk dat de aangewezen interne procedure wordt gevolgd waarbij de betrokkene ook voldoende gelegenheid krijgt om zich te verweren en de gebeurtenis tot de juiste proporties terug te brengen. Als uitkomst kan een berisping volgen.
Wat verstandig zou zijn gebeurt niet altijd. Maar laten we daar nou maar eens een keer op rekenen. Als Braakman en van Rooijen met een bloedneus kunnen leven, maakt ze dat als mens groter en heeft het zelfcorrigerend vermogen zijn werk gedaan. Begrip voor een te emotionele reactie in eerste instantie is aanwezig. Begrip voor een maatregel met te verstrekkende gevolgen die niet gedragen kan worden door de feitelijke gebeurtenissen, is echter niet aanwezig.

Laat het verstand zegevieren over emoties. Daar is iedereen mee gediend.

tekst herzien om 15.00 uur

     

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

Het is 11 uur vanavond en het artikel heeft inmiddels de 1200 pageviews gehaald. Bijzonder in zo korte tijd. Hieronder de brief van het personeel aan het bestuur zoals die ook opgenomen is in het personeelsblad van DBC. De brief is voorzichtig, maar ook duidelijk en verdient ondersteuning.

“Volendam, 26-01-16
Aan: bestuur en directie van het Don Bosco College
Betreft: reactie personeel betreffende ontslag collega
Geacht bestuur, geachte directie,
Afgelopen vrijdag, 22 januari 2016, zijn vele mensen in kennis gesteld van een pijnlijke
situatie die is ontstaan op onze school. Door middel van een brief zijn zowel alle ouders als
personeelsleden op de hoogte gesteld van het ontslag op staande voet van een
medewerker.
Volgens deze brief heeft de medewerker twee overtredingen begaan: het aanbieden van
tentamengegevens aan een leerling én grensoverschrijdend gedrag.
Wij zijn niet op de hoogte van de precieze aard van de overtredingen en willen de getroffen
maatregelen hier niet ter discussie stellen, maar wij betreuren de manier van communiceren
van bestuur en directie.
De vraag is waarom ruim 200 personeelsleden en 1600 ouders direct per mail geïnformeerd
moesten worden over een kwestie waarnaar nog onderzoek gedaan zou worden door politie
en inspectie.
Wij betreuren het dat verzuimd is om rekening te houden met het effect van het loslaten
van een dergelijk schokkend bericht op een hechte dorpsgemeenschap als die rondom het
Don Bosco College. Directie en bestuur hadden kunnen voorzien dat het een kwestie van tijd
zou zijn voordat bij ouders en media bekend zou zijn welk personeelslid het betreft.
(Dezelfde avond circuleerden naam en foto al via social media in het dorp). In de verzonden
brief is daarbij sprake van suggestief taalgebruik. De term ‘grensoverschrijdend gedrag’ heeft
geleid tot speculaties en reacties die hun weerga niet kennen, zowel in het dorp als op social
media.
Onze collega is door deze handelwijze zeer ernstig beschadigd voor zijn verdere leven en
carrière. Wij hadden graag gezien dat hij hiervoor behoed was geweest.
Ondergetekenden ervaren op basis van de hen bekende feiten de handelwijze van de
directie en het bestuur, waarbij de betrokken persoon openlijk aan de schandpaal is
genageld, als zeer afkeurenswaardig en buiten alle proporties. Het is ethisch onverantwoord
om zo naar buiten te treden met een interne kwestie aangaande een personeelslid.
Wij roepen het bestuur en directie dan ook op om in de communicatie met de buitenwereld
zeer terughoudend te zijn om verdere schade te voorkomen, allereerst voor de betrokken
medewerker, maar ook voor de onderwijsorganisatie.
Hoogachtend,
Een groot aantal verontruste personeelsleden van het Don Bosco College”


naschrift: Door een abuis is de naam van de betrokkene in de aanhef van de brief blijven staan. Pas nadat we er attent op werden gemaakt is de naam verwijderd. Het wordt betreurd dat hierdoor de bekendheid van de naam een verdere verspreiding heeft gekregen dan al het geval was. Dat neem ik mezelf kwalijk en ik bied vanaf hier betrokkene mijn verontschuldigingen aan.

     

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

In het personeelsblad van Don Bosco is ook het antwoord van de directie en de bestuurder op de brief van het personeel opgenomen. Daarin geven ze een verantwoording van hun handelen.Vooralsnog onthoud ik me van commentaar op de inhoud van deze brief

“Beste collega’s
Gisteren heb ik een brief ontvangen namens een groot aantal collega’s. Het klinkt
tegenstrijdig, maar diep van binnen ben ik blij met de strekking van deze brief en met alle
reacties van ongeloof, diepe droefheid en gevoelens van verscheurdheid. Ondanks alles is
het zeer te waarderen dat velen verontwaardigd zijn dat er naar buiten is getreden over de
handelwijze van een gewaardeerde collega, want dat is X.
En toch … ook aan X waren leerlingen toevertrouwd. Het hoogste goed is dat we dit
vertrouwen niet beschamen. X heeft dit helaas wel gedaan. Hij heeft de grenzen van het
toelaatbare ruim overschreden, zonder aanleiding en zonder verklaring. Dat maakt dat we
X tot onze enorme spijt niet langer op onze school kunnen laten werken.
Had het ontslag en had de manier waarop dit kenbaar is gemaakt op de wijze moeten
gebeuren zoals nu heeft plaats gevonden? De communicatie over deze pijnlijke zaak heeft
veel vragen opgeroepen, maar het naar buiten treden vonden we nodig omdat het geen
louter interne kwestie betreft.
Een klein aantal leerlingen was in ieder geval op de hoogte van wat er is gebeurd, evenals
ouders en enkele collega’s. De kans was aanwezig dat tijdens het weekend andere
leerlingen en ouders zouden worden gekend in het gebeuren, met onvoorziene gevolgen.
Omdat wij het gebeuren niet intern wilden houden en we de geruchten nog enigszins
wilden kanaliseren hebben we – na ruim overleg met deskundigen – aan alle ouders bekend
gemaakt dat iemand van school grenzen heeft overschreden, met een verwijzing naar het
gebeuren.
De formulering had wellicht anders gekund, maar gezien de ernst van de situatie moest er
bovendien gebruik gemaakt worden van juridische termen. Juridisch en menselijk gaan vaak
niet samen. Het is zeker niet de bedoeling geweest om X en zijn familie verder in de
problemen te brengen.
X, en niet alleen hij, heeft mede door de berichtgeving een vreselijk weekend beleefd.
Ook mij, doet dat veel pijn. Ik begrijp goed dat verscheurde gevoel, want niemand wil dat
een collega dit overkomt. Bovendien raakt het ons zelf, omdat we heel direct beseffen hoe
kwetsbaar we zijn. Maar de leerlingen die ons worden toevertrouwd zijn eveneens
kwetsbaar en we mogen hun vertrouwen of dat van hun ouders nooit beschamen. In de
afweging tussen de belangen van een leerling, van een collega en van onze school hebben
we dit besluit genomen.
Dit is een donkere bladzijde in de geschiedenis van onze school en ik hoop dat we in staat
zijn om deze samen om te slaan. X heeft een fout gemaakt die door alle betrokkenen, niet
in de minste plaats door hem zelf, diep wordt betreurd. Veel fouten kun je uiteindelijk goed
maken, maar soms zijn er omstandigheden dat dit niet mogelijk is. Voor het herstel van
vertrouwen dat hiervoor nodig is, moeten echter eerst meer antwoorden gegeven worden.
Die hebben we niet gekregen. Binnen de grenzen die mogelijk zijn, willen we X helpen
een nieuwe start te maken. Gezien zijn kwaliteiten rekenen we erop dat dit gaat lukken.
Ik stel het op prijs dat jullie niet op de inhoud van de beslissing zijn ingegaan, omdat ik daar
verder niets over wil zeggen. Aan de oproep uit de brief om zeer terughoudend te zijn in de
communicatie met de buitenwereld zullen we zeker gevolg geven.
Met grote waardering voor jullie open houding en steun aan X,
Jaap Braakman,
Mede namens Hans van Rooijen.”

     

Totaal aantal reacties: 196

Geregistreerd 2014-02-03

PM

De analyse van de brief van Braakman (en van Rooijen) onthult veel!

Het antwoord van Braakman begint op de klassieke manier. Je dankt de critici voor hun betrokkenheid en toont je waardering ervoor, je toont je inlevingsvermogen en ondertussen benadruk je je gelijk. Een argeloze lezer trapt er in. Maar hij overdrijft het wel wat met zalvende teksten. In zijn hart kan hij niet blij geweest zijn met de stevige schrobbering die het personeel van DBC hem en bestuurder van Rooijen heeft gegeven. Hij gaat daar dan ook verderop zuinigjes mee om als hij schrijft: “De formulering had wellicht wat anders gekund, maar…..” Dat is natuurlijk geen echt antwoord op een aantijging als:
“Onze collega is door deze handelwijze zeer ernstig beschadigd voor zijn verdere leven en
carrière. Wij hadden graag gezien dat hij hiervoor behoed was geweest.
Ondergetekenden ervaren op basis van de hen bekende feiten de handelwijze van de
directie en het bestuur, waarbij de betrokken persoon openlijk aan de schandpaal is
genageld, als zeer afkeurenswaardig en buiten alle proporties. Het is ethisch onverantwoord
om zo naar buiten te treden met een interne kwestie aangaande een personeelslid.”

Ik lees dat ook vanuit de dimensie die hier buiten beeld blijft. DBC staat niet bekend om zijn veilige werkklimaat. Personeelsleden zullen zich hebben gerealiseerd dat wat hun collega is overkomen, hen ook kan overkomen ziende dat directeur en bestuurder niet bepaald zorgvuldig met de situatie om gaan. De brief bevat een aantal een paar merkwaardige passages als hem analyseert naar opbouw (functionaliteit), gebruikte retoriek, kwaliteit van de argumentatie en de coherentie

Het ontslagmotief

In de brief heb ik gezocht naar het ontslagmotief en kwam in verband daarmee twee zinnen tegen die niet op elkaar aansluiten.
Het zijn deze:

“Hij heeft de grenzen van het toelaatbare ruim overschreden, zonder aanleiding en zonder verklaring”

“Voor het herstel van vertrouwen dat hiervoor nodig is, moeten echter eerst meer antwoorden gegeven worden. Die hebben we niet gekregen”

Ik weet niet wat er gevraagd is en ik weet ook niet waarom betrokkene heeft gezwegen. Vastgesteld kan worden dat er vragen zijn gesteld waarop geen antwoorden zijn gekomen. De logische gevolgtrekking dient dan te zijn dat het besluit tot ontslag op staande voet genomen is zonder alle feiten te kennen die voor het besluit relevant zijn.
Zijn, uit het onbeantwoord blijven van de vragen, conclusies getrokken die wellicht onterecht zijn? Is men boos geworden vanwege het zwijgen van de ‘verdachte’? Het intrigeert me omdat er daardoor voor alle betrokkenen vragen over blijven over de gerechtvaardigdheid van het ontslagbesluit. Als de verklaring van betrokkene ontbreekt, ontbreken er wellicht relevante feiten. Het is dan ook niet te verantwoorden dat er in zo’n situatie een besluit wordt genomen.

Die situatie is toch al merkwaardig. Volgens mijn informatie beschikt DBC over een protocol met procedures die aangeven hoe er gehandeld moet worden indien een soort situatie als deze zich voordoet. Bij het negeren van protocollen is er sprake van eigenmachtig optreden.

Betrokkene zwijgt

Er kunnen drie mogelijkheden zijn voor het zwijgen. Betrokkene wilde zichzelf niet belasten. Hij was in shock of hij had geen vertrouwen in de situatie en vermeed het risico dat zijn verhaal niet geloofd zou worden of verkeerd zou worden uitgelegd. Ik acht de laatste mogelijkheid het meest waarschijnlijk. Niet alleen werd het protocol niet in werking gezet, daarnaast was sprake van een onoverzichtelijke situatie waarin min of meer overspannen werd gereageerd en er allerlei geruchten rondzongen.

Als betrokkene de situatie niet veilig vond, dient er een gesprek te ontstaan waarin hij kan aangeven wanneer hij de setting voor het gesprek wel veilig zou vinden. Of een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden kan zonder nadere informatie niet worden vastgesteld. Wel blijft de vraag over waarom Braakman in zijn antwoord tot twee keer toe er naar heeft verwezen dat de betrokkene geen verklaring heeft gegeven en in het tweede geval aangeeft dat voor het herstel van vertrouwen er antwoorden nodig waren geweest. Hij schrijft voorafgaande aan deze zin: “Veel fouten kun je uiteindelijk goed maken, maar soms zijn er omstandigheden dat dit niet mogelijk is.”  In samenhang met de eerder geciteerde zin die hierop volgde: “Voor het herstel van vertrouwen dat hiervoor nodig is, moeten echter eerst meer antwoorden gegeven worden. Die hebben we niet gekregen”, kan geen andere conclusie worden getrokken dat de afwezigheid van bereidheid om vragen te beantwoorden de doorslag heeft gegeven om tot ontslag op staande voet over te gaan. Logisch lezend zijn dat de omstandigheden waar naar wordt verwezen.

Belangenafweging

Het voorgaande komt neer op: als je niet meewerkt, hebben we helaas geen andere keuze dan je met onmiddellijke ingang te ontslaan. Er wordt door Braakman geschermd met de bescherming van leerlingen die kwetsbaar zijn. Ik lees dat als een suggestieve tekst. In de voorlaatste alinea schrijft Braakman daarover: “Maar de leerlingen die ons worden toevertrouwd zijn eveneens kwetsbaar en we mogen hun vertrouwen of dat van hun ouders nooit beschamen. In de afweging tussen de belangen van een leerling, van een collega en van onze school hebben we dit besluit moeten nemen.”
Dat is verwarrend omdat hij wat verderop schrijft dat het besluit het gevolg was van een vertrouwensbreuk die werd veroorzaakt omdat betrokkene niet meewerkte door te weigeren vragen te beantwoorden.
Er heeft dus een belangenafweging plaatsgevonden zonder dat de verklaring van de betrokkene kon worden meegenomen.

Het niet volgen van het beschikbare protocol en de warrige motivering van de ontslaggrond wijzen op onzorgvuldig handelen. De volgende feiten zijn beschikbaar: het desgevraagd informeren van een leerling over de uitslag van zijn tentamen was een overtreding die gemeld werd door de leraar die verbaasd was dat de leerling het cijfer voor zijn tentamen al kende zonder dat de leraar het hem had medegedeeld; de in een opwelling gedane belofte om de tekst van een nieuw tentamen aan de leerling te geven was volstrekt ontoelaatbaar, maar is door betrokkene zelf gestuit nadat hij vrijwel meteen inzag dat hij zo’n belofte niet kon doen. Een niet uitgevoerd voornemen kan niet als een ernstige overtreding worden gezien. Geen rechter zou iemand voor zoiets veroordelen. Verdere feiten zijn er niet. Wat er gebeurde is ook menselijk. De meesten van ons hebben met hun pink wel eens de regels wat opgetild om iemand ter wille te zijn. Meestal gaat dat goed en komt het niet uit.

Betrokkene heeft zijn handelwijze wel betreurd, zo blijkt uit de brief, maar heeft nagelaten daar een verklaring voor te geven. Dat is hoog opgenomen. Is dat terecht? Dat hangt er van af. Persoonlijk vind ik het niet meewerken zwak. Je neemt het risico dat het verkeerd wordt uitgelegd. Echter als betrokkene redenen had om te zwijgen, bijvoorbeeld omdat hij geen vertrouwen in de situatie had (er werd geen protocol gevolgd) of omdat er impertinente vragen werden gesteld, kan dat niet als onredelijk worden gezien. Eigenlijk had het dan ook moeten leiden tot een uitstel van het ontslagbesluit zodat de rechten van betrokkene gewaarborgd zouden zijn gebleven.
Dat de belangen van betrokkene meegewogen zouden zijn, lijkt mij meer een bewering dan een feit. Nergens in de brief vind je een overweging die daar op wijst. Ik heb sterk de indruk dat directeur en bestuurder boos zijn geweest op de betrokkene, niet alleen om zijn handelwijze of zwijgen, maar vooral vanwege het feit dat de school ongewild in opspraak is geraakt. Dat dwong, althans volgens de opsteller van de brief, tot communicatie met ouders en collega’s. Zo konden ze laten zien dat bij het minste of geringste DBC krachtdadig kon optreden. Dat de gekozen manier van communiceren zich uiteindelijk tegen de opstellers zou keren, werd niet voorzien.

De communicatie

Wat wilden ze bereiken. Ze schrijven daarover: “Omdat wij het gebeuren niet intern wilden houden en we de geruchten nog enigzins wilden kanaliseren hebben we – na ruim overleg met deskundigen – aan alle ouders bekend gemaakt dat iemand van school grenzen heeft overschreden, met een verwijzing naar het gebeuren.”

Nou in die opzet zijn ze niet geslaagd. Laten we eerst maar eens kijken naar ‘na ruim overleg met deskundigen’. Hier wordt gezegd –we hebben niet zo maar wat gedaan, we hebben eerst deskundigen geraadpleegd die ons geadviseerd hebben hoe we deze zaak moesten aanpakken. Neemt u van mij maar aan dat het woord ‘deskundigen’ (meervoud!) op geen enkele manier kan kloppen. Een communicatiedeskundige of beroepsvoorlichter zou voor een heel andere aanpak hebben gekozen en de directeur en bestuurder voor overijld handelen hebben beschermd. Die zou de geruchten hebben geneutraliseerd, er op gewezen hebben dat de school een onderzoek is begonnen en iedereen later over de uitkomst zou informeren.

Over de inhoud van de verspreide informatie wordt zuinigjes geschreven:
“De formulering had wellicht anders gekund, maar gezien de ernst van de situatie moest er bovendien gebruik gemaakt worden van juridische termen. Juridisch en menselijk gaan vaak niet samen. Het is zeker niet de bedoeling geweest om X en zijn familie verder in de problemen te brengen.”
Dat is een heel merkwaardig betoog als je het goed leest en jezelf vragen stelt. ‘Er moest gebruik worden gemaakt van juridische termen’. Dat moest natuurlijk helemaal niet en het is bovendien gewoon dom. Juridische termen zijn vakjargon dat het best door juristen wordt begrepen. Dat soort termen vermijd je in externe communicatie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het gebruik van juridische termen speculatie heeft opgeroepen die verder ging dan bedoeld was. Het gebruik van termen wijst mijns inziens ook op de behoefte om het ontslag op staande voet alvast te rechtvaardigen. Vermoedelijk is een jurist geraadpleegd die een volstrekte amateur was op het terrein van communicatie en in dat amateurisme is de leiding meegegaan.

Dan de zin dat men de betrokkene en zijn familie niet verder in de problemen had willen brengen. Ik vind de zin ongeloofwaardig. Erkenning van dat het wel gebeurd is en spijtbetuiging daarover ontbreken. Wanneer er in de brief naar verwezen wordt, volgt er altijd een: maar ……en dan komt de kwetsbaarheid van leerlingen als motief en alibi.

Er wordt geen verantwoording genomen, er is alleen maar sprake van zelfrechtvaardiging en die is niet erg overtuigend en zelfs discutabel. Ik twijfel er niet aan dat ze het betreuren, maar ze lijken het te zien als een onvermijdelijk gevolg. De belangen van de school wegen zwaarder. Je vindt dat ook terug in de zin: ‘Juridisch en menselijk gaan vaak niet samen’. Dat is natuurlijk volstrekte onzin. Al eerder heb ik er op gewezen dat juridische termen geen onderdeel mogen zijn van externe communicatie in deze situatie. Ze passen wel in de rechtbank of in een ontslagbrief omdat zo’n brief een juridisch document is.

Wie wel eens een strafzaak heeft gevolgd zal hebben gezien dat juridisch en menselijk juist altijd samenkomen. Meestal is het de advocaat die de menselijke aspecten naar voren brengt en is het de rechter die het meeweegt. Aanklagers (van het Openbaar Ministerie) laten dat vaker na omdat het hen gaat om de strafwaardigheid van daden. De tekst uit de brief van Braakman wijst er dan ook op dat de nadruk ligt op de rol van aanklager. Een ‘advocaat’ is in het proces afwezig geweest en een rechterlijke afweging ontbreekt. De aanklager heeft zich tevens de rol van rechter aangemeten. In de protocollen die het DBC heeft voor dit soort situaties zouden de verschillende rollen wel tot uiting zijn gekomen. Het is dus het zoveelste bewijs dat er onzorgvuldig is gehandeld ten nadele van de betrokkene. In de brief van Braakman is geen enkel teken te zien dat deze gebreken worden ingezien. Het is een zelfrechtvaardiging met een valse toon, vreemde redeneringen en onbewezen discutabele stellingen en dat allemaal ten nadele van de betrokkene.

Tenslotte

Zowel in de communicatie naar buiten als in de beantwoording van de protestbrief van de collega’s van betrokkene doen Braakman en van Rooijen de zaak meer kwaad dan goed. De ondoordachtheid en onzorgvuldigheid komen overduidelijk tot uiting. De brief als reactie op het protest van de collega’s van betrokkene is eigenlijk een belediging voor het intellect van het personeel van Don Bosco. De leraren Nederlands daar met hun gereedschap voor tekstanalyse zouden de brief nog wel verregaander kunnen analyseren dan ik dat kan. De onbeholpen, overhaaste en niet zorgvuldig te noemen aanpak van Braakman en van Rooijen, blijkt zich nu tegen hen te keren. Dat zal ongetwijfeld gepaard gaan met het verlies van vertrouwen in hun leidinggevende kwaliteiten.

Een jurist die deze situatie analyseert, zou er alleen maar rechtsverkrachting in zien.

     

Totaal aantal reacties: 320

Geregistreerd 2014-01-17

PM

BU 2018 05 18